Naar de inhoud
Leap TrendsBèta
Volg

Wat vind je van deze pagina?

Leap Trends is in de bètafase. Je reactie gaat naar Leap en helpt om de pagina's beter te maken. Je hoeft je naam niet te geven; de pagina waar je nu bent, gaat automatisch mee. Privacy

Hoe bruikbaar is deze pagina voor je werk?
1 niet bruikbaar5 zeer bruikbaar

↑ ↓ om te kiezen · enter om te openenBijgewerkt 26 oktober 2026 · door Leap Company

Leap Trends · Structuur

StructuurOpkomendStabiel

De woningfabriek draait op halve kracht, de rem zit vóór de bouwplaats

Een op de vijf nieuwe woningen komt uit de fabriek, maar de fabrieken gebruiken nog geen helft van hun capaciteit. Roland Berger noemt capaciteit daarom geen knelpunt. TNO wijst op de planfase, waarin gemeente, opdrachtgever en bouwer na elkaar werken en opdrachtgevers maatwerk blijven vragen.

Stand van zaken 2026 · eerste signaal · bijgewerkt · volgende herziening uiterlijk

Samengesteld met AI uit de bronnen op deze pagina, met de bron bij elk cijfer. Kerncijfers met het label Nagelopen zijn door een mens naast de bron gelegd. Hoe dat werkt

In cijfers

  • 21,2%van de nieuwgebouwde woningen in 2025 was prefab, tegen ongeveer 10 procent vijf jaar eerder.Roland BergerNog niet nagelopen
  • ~45%van de geschatte capaciteit van bijna 35.000 woningen per jaar wordt in 2026 naar verwachting benut.Roland BergerNog niet nagelopen
  • 30 à 40%prefab in de nieuwbouw in 2030 bij het huidige tempo; de prefabbouwers zelf mikken op ongeveer 50 procent.Roland BergerNog niet nagelopen
  • 8bouwers van fabriekswoningen hadden eind 2025 een typegoedkeuring, waarmee de technische vergunningtoets vervalt.Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningNog niet nagelopen

Wat de bronnen zeggen

Roland Berger bracht op 12 februari 2026 de tweede editie uit van zijn Prefab Homes Radar, opgesteld in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken. De cijfers komen uit een online enquête onder 42 actieve producenten van prefab woningen en uit interviews met zeven grote spelers, die samen ongeveer 35 procent van de prefab woningen bouwden. In 2025 kwamen er 14.700 prefab woningen bij, 21,2 procent van alle nieuwbouwwoningen, tegen ongeveer 10 procent vijf jaar eerder. De prefabproductie groeide met 8 procent terwijl de totale woningbouw gelijk bleef. Voor 2026 verwachten de producenten ruim 19.000 woningen, maar in de jaren 2018 tot en met 2025 realiseerden ze gemiddeld ongeveer 82 procent van hun eigen voorspelling. Gecorrigeerd daarvoor komt Roland Berger op 16.100 woningen, ongeveer 45 procent van een geschatte capaciteit van bijna 35.000. Met extra ploegen kan daar volgens het rapport nog zo’n 30.000 bij. Het bureau concludeert dat productiecapaciteit voor de markt als geheel geen knelpunt is. In het huidige tempo komt het aandeel prefab in 2030 op 30 tot 40 procent, onder de 50 procent waar de producenten zelf achter staan. Een grote speler zegt in het rapport dat prefab vroeg in het ontwerp betrokken moet zijn, omdat belangrijke keuzes vaak te vroeg vallen om prefab nog de beste optie te laten zijn.

TNO zocht uit waar de vertraging dan zit en publiceerde op 19 februari 2026 een studie op basis van zestien diepte-interviews met onder meer gemeenten, een provincie, het ministerie, ontwikkelaars, kwaliteitsborgers, softwarebedrijven en corporaties, aangevuld met validatie-interviews en literatuur. De onderzoekers wijzen de lange en onvoorspelbare planfase vóór de bouw aan. Ze beschrijven negen samenhangende knelpunten. De respondenten geven voorrang aan de trage beleidsvorming en doorlooptijden bij gemeenten, die volgens TNO vaak voortkomen uit een tekort aan personeel en kennis, aan ongestructureerde participatie en bezwaarprocedures, aan de moeizame businesscase en aan een verkokerd proces waarin elke fase na de vorige komt. Volgens TNO vragen opdrachtgevers nog vaak volledig maatwerk en leggen ze hun eisen technisch vast, terwijl conceptbouwers functionele eisen nodig hebben. Gemeenten en conceptbouwers werken weinig samen aan een productvisie en lokale regels verschillen per gemeente. Zo krijgt elk project eigen aanpassingen, lijkt het op traditioneel bouwen en ontstaat er geen leercurve. De markt werkt breed met BIM, veel gemeenten niet, wat de uitwisseling van gegevens bemoeilijkt. TNO noemt de opschaling ook een cultuurvraag voor opdrachtgevers en bouwers.

Het Rijk stuurt op dezelfde plek. In de Staat van de Volkshuisvesting van 8 december 2025 beschrijft het ministerie van VRO het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw, dat inzet op standaardisatie. Acht bouwers van fabriekswoningen hebben een erkende kwaliteitsverklaring, waardoor de technische bouwactiviteit niet opnieuw vergund of gemeld hoeft te worden. Met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Rotterdam werkt het ministerie aan een digitale Fastlane voor de vergunning van industriële woningen, en sinds 1 juli 2025 heeft elke provincie een regionale versnellingstafel. Op 29 januari 2026 tekenden elf partijen, onder wie de provincies Noord-Holland en Flevoland, het ministerie, de Nieuw Hollandse Bouwstroom, vier gemeenten, twee woningcorporaties en een gebiedsontwikkelaar, de Afsprakenbrief Opschalen Industriële Bouwstroom. Ze koppelen industrieel bouwen al in de fase van ontwerp, ontwikkeling en vergunning aan locaties voor ongeveer 6.000 woningen. De stip ligt op ongeveer de helft van de nieuwbouw in 2030; een eerste evaluatie staat voor het najaar van 2026 gepland.

Waarom opkomend: dat het aandeel fabriekswoningen groeit, is een reeks van meerdere jaren. Nieuw is dat twee onafhankelijke studies uit februari 2026 de rem buiten de fabriek leggen, bij de planfase en de manier waarop opdrachtgevers, gemeenten en bouwers samenwerken. TNO steunt op zestien interviews en Roland Berger op een peiling onder producenten. De afspraken van Rijk en regio zijn net begonnen en nog niet geëvalueerd, dus de breedte van het signaal moet nog blijken.

Aan de directietafel

De fabrieken kunnen meer leveren dan er wordt besteld, en de onderzoekers zien de vertraging in de fase vóór de bouw. Voor corporaties, ontwikkelaars, gemeenten en bouwers is de vraag wie in een project vroeg genoeg kan besluiten over een standaardconcept, en of de eigen organisatie al vraagt in functionele eisen of nog gewend is technische details voor te schrijven.

Bronnen

  1. TNO · Tim van Ee en Irfan PottacholaVersnellen van de planfase bij woningbouwprojecten: een studie naar knelpunten en oplossingsrichtingen · onderzoek · bouw en vastgoed, overheid en publieke sectorOpschaling van conceptueel en industrieel bouwen vereist ook een cultuurverandering.
  2. Roland Berger · Sameer Mehta en Paulo SallaPrefab homes radar 2025 · survey · bouw en vastgoed
  3. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningAfsprakenbrief: woningbouw sneller, goedkoper en duurzamer via industrieel bouwen · beleid · bouw en vastgoed, overheid en publieke sectorDaarmee bedoelen ze: continuïteit en zekerheid dat er woningen gebouwd blijven worden in een hoog tempo.
  4. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningStaat van de Volkshuisvesting 2025 · beleid · bouw en vastgoed, overheid en publieke sector

We vatten samen in eigen woorden en citeren hooguit één zin per bron. Lees het origineel; daar staat meer. Hoe bronnen worden gebruikt.

Hoe deze trend zich ontwikkelt

  1. Opkomend

    Eerste opzet op basis van Roland Berger, TNO en het ministerie van VRO. Het groeiende aandeel prefab is een meerjarige reeks; dat de rem in de planfase en de keten zit, staat in twee studies uit februari 2026. De bouwstroomafspraken zijn nog niet geëvalueerd. Nog door een partner vast te stellen. (AI)