Wat je wilt weten over Leap Trends.
Hier staat hoe de trends tot stand komen: welke bronnen meetellen, hoe er wordt geteld en gewogen, wat AI doet en wat Leap controleert. Onderaan staan de vakbegrippen uit de trends, in gewone taal uitgelegd.
Wat Leap Trends is en wat je ermee kunt
Wat is Leap Trends?
Leap Trends is een trendmonitor. Het volgt wat autoriteiten (hoogleraren, onderzoeksinstituten, adviesbureaus, toezichthouders en vakexperts) publiceren over organisatieontwikkeling. Per trend staan de kern, de belangrijkste cijfers met hun bron, het aantal publicaties per maand en de vraag die de trend oproept aan de directietafel.
Er staan geen eigen cases, verzonnen voorbeelden of diensten in. Het is een overzicht van wat anderen publiceren, bedoeld als startpunt. Wat een trend voor een organisatie betekent, hangt af van waar die organisatie staat.
Waarom zijn de trends ingedeeld in structuur, cultuur, leiderschap en technologie?
Dat zijn de vier thema’s uit het model van Leap. Structuur, cultuur en technologie bepalen samen of een organisatie kan veranderen: hoe het werk is ingericht, welke ongeschreven regels gelden en met welke middelen mensen werken. Leiderschap verbindt die drie met de koers van de organisatie. Een verschuiving in één thema kan daardoor doorwerken in de andere.
- Structuur
- De inrichting van het werk: rollen, mandaten, overleg en processen. Wie waarover beslist en hoe werk wordt verdeeld en afgestemd. Onder meer managementlagen, besluitvorming, werkontwerp en de flexibele schil.
- Cultuur
- De gedeelde normen, waarden en ongeschreven regels die bepalen hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan. Onder meer psychologische veiligheid, welzijn en werkdruk, vertrouwen en hybride werken.
- Leiderschap
- Richting geven aan de koers en de doelen, en zorgen dat de organisatie die begrijpt en toepast. Onder meer de rol van de middenmanager, opvolging aan de top, span of control en publiek leiderschap.
- Technologie
- De systemen en hulpmiddelen waarmee gewerkt wordt, en de mate waarin mensen die willen en kunnen gebruiken. Onder meer AI op de werkvloer, agents, AI-governance en digitale vaardigheden.
Waarom bestaat Leap Trends?
Een organisatie die relevant wil blijven, moet zichzelf blijven uitvinden. Dat lukt alleen als je op tijd ziet wat er buiten verandert en daar iets mee doet voordat het je overkomt. Leap Trends is er zodat je daarvoor niet alles zelf hoeft te lezen.
Hoe gebruik ik een trend in een jaarplan of bestuursstuk?
Elke trend heeft een bouwsteen: één pagina met de kern, hoogstens drie cijfers met bron en de vraag aan de directietafel. Die sla je op als pdf of kopieer je als tekst in je eigen stuk. Kies daarbij bij voorkeur cijfers met het label Nagelopen.
De maandbrief zet begin elke maand op een rij welke trends nieuw zijn, welke zijn bijgewerkt en welke cijfers erbij kwamen. Eens per kwartaal staat erin welke trends van fase veranderden.
Wat staat er onder Voor wie?
Per groep de uitdagingen waar bestuur en toezicht, directies en middenmanagers volgens recent onderzoek tegenaan lopen. Bij elke uitdaging staan de kerncijfers met bron, de bronnen zelf en de trends die erachter zitten.
Een uitdaging komt erin als ze wordt gemeten in onderzoek uit 2025 of later, met minstens twee bronnen van verschillende organisaties. De koppen zijn neutraal geformuleerd en geen citaten. Veel cijfers komen uit internationale peilingen; bij elke bron staan de regio en de steekproef. Was een bron zelf niet leesbaar, dan staat erbij via welk nieuwsbericht het cijfer is overgenomen. Staat er bij een uitdaging geen trend, dan is daar nog geen trend over.
Hoe vaak wordt Leap Trends bijgewerkt?
Nieuwe publicaties komen elke week binnen. Elke trend wordt minstens één keer per kwartaal opnieuw doorgelopen; bij elke trend staat tot wanneer de huidige stand geldt. Staat er een datum van een half jaar geleden bij, dan is de trend verouderd.
Welke publicaties meetellen
Welke bronnen volgt Leap Trends?
De openbare publicaties en nieuwsbrieven van onder meer McKinsey, Boston Consulting Group, Deloitte, Gartner (alleen persberichten), Korn Ferry, Gallup, Harvard Business Review, MIT Sloan Management Review, Knowledge at Wharton, INSEAD Knowledge, strategy+business, Josh Bersin Company, Capgemini Research Institute, PwC, Mercer, Edelman, World Economic Forum, CBS en TNO, London Business School, Berenschot, Rotterdam School of Management en wetenschappelijke tijdschriften via OpenAlex. Daarnaast de essays en nieuwsbrieven van vakexperts als Ethan Mollick, Amy Edmondson, Herminia Ibarra, Lynda Gratton, Rita McGrath, Adam Grant, Brené Brown, Gary Hamel, Jitske Kramer, Thijs Homan en Frederik Anseel.
Het bronnenregister laat per organisatie zien hoeveel publicaties meetellen, welk soort bewijs dat is en bij welke trends.
Wanneer wordt een onderwerp een trend?
Een onderwerp krijgt een eigen trend als minstens twee onafhankelijke organisaties erover publiceren en minstens één daarvan op onderzoek of een survey rust. Eén opvallend rapport is dus nog geen trend.
Telt wat er op LinkedIn verschijnt mee?
Alleen als tip. Posts van anderen worden niet automatisch opgehaald, omdat de voorwaarden van LinkedIn dat verbieden. Komt Leap op LinkedIn een relevante publicatie tegen, dan gaat de link met een eigen notitie de verwerking in. De post zelf wordt niet overgenomen.
Hoe werkt het filter op sector?
Een bron krijgt een sector als de publicatie over organisaties in die sector gaat, zoals een peiling onder banken of een rapport over de regionale zorg. De meeste bronnen peilen over sectoren heen en krijgen geen sector.
Een trend telt voor een sector zodra één van zijn bronnen over die sector gaat. Het filter laat dus zien waar de sector zelf in het bewijs voorkomt. De trends die over alle sectoren gaan, gelden daar ook; die kun je in het filter meenemen.
Hoe er wordt geteld en gewogen
Wat is een signaal?
Een signaal is één publicatie van een autoriteit die aan een trend is gekoppeld: een onderzoek, een survey, een beleidsdocument of wet, een persbericht bij een rapport of een opiniestuk van een expert. Signalen worden per maand geteld, op de datum van publicatie. De grafieken op de trendpagina’s en de signaalindex op het overzicht zijn die tellingen.
Wat betekenen de fases?
De fase zegt hoe ver een ontwikkeling is. Er zijn vier fases:
- Opkomend
- Een paar serieuze bronnen, meestal uit het laatste halfjaar. Het signaal is er, de breedte nog niet.
- Groeiend
- Meerdere onafhankelijke instituten meten hetzelfde en het aantal publicaties neemt toe.
- Gevestigd
- Breed bevestigd, met meerjarige cijferreeksen. Geen hype meer, een gegeven om mee te rekenen.
- Afnemend
- Er verschijnt weinig nieuws meer over, of de cijfers keren. We volgen het nog, maar op afstand.
De fase volgt uit de telling: hoeveel onafhankelijke bronnen er zijn, hoe lang de reeks loopt en of het aantal publicaties toe- of afneemt. Het taalmodel kiest de fase volgens die regels. Bij elke trend staat wanneer de fase verschoof en waarom. Een trend die niet meer gevolgd wordt, gaat naar het archief; de pagina blijft bestaan.
Hoe wordt de trendscore berekend?
De trendscore loopt van 0 tot 100 en zegt hoe goed een trend onderbouwd is en hoeveel er nu over verschijnt. De score telt vier onderdelen op, elk met een plafond, zodat één bron de score niet alleen kan dragen.
- Organisaties, tot 40
- 10 punten per onafhankelijke organisatie die over de trend publiceert.
- Bewijs, tot 25
- Per bron het gewicht van de soort bron maal 3, opgeteld.
- Recentheid, tot 20
- 5 punten per publicatie in de laatste 6 maanden.
- Groei, tot 15
- Hoeveel meer publicaties het laatste kwartaal had dan het kwartaal ervoor.
Bij het getal staat een woord: zeer sterk vanaf 81, sterk vanaf 61, in beweging vanaf 41 en sluimerend vanaf 21, en stil daaronder. Er bestaan geen met de hand aangepaste scores.
Waarom weegt onderzoek zwaarder dan een opiniestuk?
De gewichten volgen één vraag: hoe goed kun je nagaan waar een bewering op rust? Hoe meer van de methode openbaar is en hoe minder de uitkomst afhangt van wie het zegt, hoe zwaarder een bron weegt.
- Onderzoek × 3
- Methode en steekproef zijn openbaar en na te gaan, vaak over meerdere jaren of gecontroleerd door anderen. Het zwaarst, omdat de uitkomst het minst afhangt van wie het zegt.
- Survey × 2
- Een bekende steekproef, maar het meet wat mensen zeggen. De opdrachtgever kiest vaak de vragen en welke uitkomsten naar buiten gaan.
- Beleid × 2
- Stelt vast wat is afgesproken of verplicht. Als feit sterk, maar het zegt niet wat organisaties in de praktijk doen.
- Persbericht × 1,5
- Verwijst naar een meting, maar laat de methode grotendeels weg en kiest de uitkomsten. Iets zwaarder dan een mening, omdat er wel een meting achter zit.
- Opinie × 1
- Laat zien waar een autoriteit aandacht voor vraagt. Telt mee als signaal, zonder eigen meting.
Die volgorde sluit aan bij de rangorde van bewijs die in evidence-based management gangbaar is. De precieze getallen zijn een keuze van Leap Trends. Op de methodiekpagina staat wat er met de scores gebeurt als alle soorten even zwaar wegen.
Wat betekent momentum?
Momentum zegt welke kant het aantal publicaties op beweegt, het laatste kwartaal tegenover het kwartaal ervoor.
- ● Nieuw
- Alle signalen zijn van de laatste drie maanden.
- ↗ Stijgend
- Meer signalen in de laatste drie maanden dan in de drie daarvoor.
- → Stabiel
- Ongeveer evenveel signalen als in het kwartaal ervoor.
- ↘ Dalend
- Minder signalen dan in het kwartaal ervoor.
Stijgend betekent meer dan 25 procent meer publicaties dan in het kwartaal ervoor, dalend meer dan 25 procent minder. Momentum meet aandacht. Een onderwerp kan veel aandacht krijgen en toch dun onderbouwd zijn; dat zie je aan de trendscore.
Wat laat de signaalindex op het overzicht zien?
De signaalindex telt per maand alle publicaties die aan een trend gekoppeld zijn, verdeeld over de vier thema’s. De lijnweergave toont per thema het gemiddelde over drie maanden, zodat een uitschieter het beeld niet bepaalt.
Het is een maat voor aandacht. Tien opiniestukken tellen in de index even zwaar als tien onderzoeken. De soort bewijs zie je terug in de trendscore en de fase.
Waarom zijn de laatste maanden vaak lager?
Zolang de bronnen deels met de hand worden verzameld, zijn recente maanden onvollediger geteld dan oudere. Een daling in de laatste maanden kan daardoor groter lijken dan ze is. De lopende maand telt in de vergelijkingen per thema niet mee, omdat die nog niet vol is.
Gemaakt met AI, met de bron erbij
Wie maakt de trends?
De trends zijn met AI gemaakt. Claude, een taalmodel van Anthropic, leest de publicaties, sorteert en clustert ze, kiest de fase volgens de regels op de methodiekpagina en schrijft de tekst.
Wat controleert Leap?
Leap kijkt kort mee voordat iets online komt: of de bronnen bestaan, of de links werken en of de tekst binnen de regels voor citeren blijft. De kerncijfers worden één voor één naast de bron gelegd. De lopende tekst wordt niet inhoudelijk geredigeerd.
Lees de trends daarom als een geordend overzicht van wat anderen publiceren, met de bron er steeds bij.
Wat betekent het label Nagelopen bij een cijfer?
Dat een mens het kerncijfer naast de bron heeft gelegd en heeft vastgesteld dat het cijfer en de omschrijving kloppen. De datum erbij zegt wanneer dat gebeurde.
Staat er Nog niet nagelopen, dan heeft alleen het taalmodel het cijfer uit de bron gehaald. Wil je zo’n cijfer gebruiken, haal het dan uit de bron zelf.
Ik zie een fout. Wat nu?
Mail info@leapcompany.nl met de link naar de pagina en wat er niet klopt. Een correctie komt met datum in de historie van de trend en in het overzicht van wijzigingen.
Hoe bronnen worden gebruikt en hoe je Leap Trends citeert
Hoe gaat Leap Trends om met het werk van anderen?
Bronnen worden samengevat in eigen woorden. Per bron wordt hoogstens één zin letterlijk overgenomen, tussen aanhalingstekens, met naam, titel, datum en link. Losse cijfers worden overgenomen met hun bron; feiten zijn vrij, de zin eromheen is van Leap Trends.
Er worden geen afbeeldingen, grafieken, tabellen of volledige teksten overgenomen, en er wordt geen betaalmuur omzeild. Van Gartner staat alleen wat in persberichten staat.
Namen van modellen en merken zijn van hun eigenaren. Dat ze genoemd worden, betekent niet dat er wordt samengewerkt of dat zij dit goedkeuren.
Hoe worden publicaties automatisch gelezen?
Alleen via officiële feeds en API’s, met een herkenbare naam en een mailadres erbij. Een uitgever die niet door machines gelezen wil worden, wordt niet gelezen.
Hoe citeer ik een trend?
Als: Leap Trends, titel van de trend, datum van bijwerken, URL. Op elke trendpagina kopieert de knop Citeer in de balk die regel voor je. De cijfers zijn van de genoemde bronnen; verwijs voor een cijfer naar de oorspronkelijke bron.
Kan ik de gegevens downloaden?
Ja. Alle gepubliceerde trends en bronnen staan in één JSON-bestand, de signalen in een CSV-bestand. Nieuwe en gewijzigde trends volg je met de RSS-feed.
Staat er iets van jou dat je er niet wilt?
Mail info@leapcompany.nl met de link naar de pagina. Het wordt aangepast als het klopt, ook als het alleen om een verkeerde datum gaat.
Deze afspraken over bronnen, AI en bezwaar gelden sinds 26 oktober 2026. Verandert er iets, dan staat hier de nieuwe datum.
De woorden die in de trends terugkomen
Kort en in eigen woorden, met de trends waarin het begrip speelt. Elk begrip heeft ook een eigen pagina.
- Agentic AIAI-agents
AI-systemen die niet alleen antwoorden geven maar zelfstandig stappen zetten in een werkproces: een aanvraag beoordelen, een mail beantwoorden, een ticket doorzetten. Daarmee worden het geen tools meer maar actoren, en hoort er een eigenaar, een mandaat en een stopknop bij.
- AI-adoptie
Hoe breed en hoe diep een organisatie AI echt gebruikt in het werk, tegenover hoeveel licenties er zijn gekocht. Meetbaar in frequentie van gebruik, aantal toepassingen per persoon en het verschil tussen leiding en werkvloer.
- Betrokkenheidengagement
De mate waarin medewerkers zich inzetten voor en verbonden voelen met hun werk en organisatie. Gallup meet het wereldwijd met twaalf vaste vragen; in 2025 was een op de vijf werkenden betrokken, en bij managers daalde het aandeel het hardst.
- Delayeringmanagementlagen schrappen, platte organisatie
Het weghalen van een of meer managementlagen, meestal om sneller te besluiten en kosten te besparen. Het werk van die laag verdwijnt niet; het verschuift naar de overgebleven managers en hun teams.
- Governance
Het geheel van afspraken over besturen, toezicht houden en verantwoording afleggen: wie stuurt, wie controleert, wie mag ingrijpen. In 2026 verschuift de vraag van mensen naar systemen: wie is eigenaar van een AI-agent die zelfstandig besluiten neemt?
- Mandaatbeslisrecht, decision rights
De afspraak wie welke besluiten mag nemen, binnen welke grenzen en met welke verantwoording. Onduidelijk mandaat is de meest voorkomende oorzaak van trage besluiten en van besluiten die steeds opnieuw genomen worden.
- Middenmanagement
De leidinggevenden tussen de top en de werkvloer: teamleiders, afdelingshoofden, managers van managers. Zij vertalen koers naar dagelijks werk en zijn in 2026 de laag met de snelst dalende betrokkenheid en de laagste psychologische veiligheid.
- Ongeschreven regels
De afspraken die nergens staan maar die iedereen kent: wat je wel en niet zegt in het overleg, wie je eerst belt, wat je op de gang bespreekt. Samen vormen ze de cultuur zoals die echt werkt, los van de kernwaarden op de muur.
- Operating modelbesturingsmodel
Hoe een organisatie haar strategie uitvoert: de verdeling van werk, besluiten, rollen, processen, systemen en sturing. Een operating model beschrijft wie wat doet en wie waarover gaat; een organogram is daar maar één plaatje van.
- Psychologische veiligheidpsychological safety
De gedeelde overtuiging in een team dat je een vraag, twijfel, fout of afwijkende mening kunt uiten zonder dat het je wordt aangerekend. Het begrip is van Amy Edmondson en voorspelt leren en prestaties van teams beter dan de samenstelling ervan.
- Schaduw-AIshadow AI, BYOAI
AI-tools die medewerkers voor hun werk gebruiken buiten het zicht of de goedkeuring van de organisatie, vaak via een privéaccount en soms zelf betaald. Een datarisico en tegelijk een signaal dat de aangeboden tools tekortschieten.
- Signaal
Eén publicatie van een autoriteit (onderzoek, survey, persbericht of opiniestuk) die we aan een trend koppelen. De grafieken tellen signalen per maand; de trendscore weegt ze naar soort, spreiding over organisaties en recentheid.
- Span of controlomspanningsvermogen
Het aantal mensen dat rechtstreeks aan één leidinggevende rapporteert. Hoe groter de span, hoe minder tijd per medewerker. Gallup meet in 2025 een gemiddelde van ruim twaalf en vond dat niet de teamgrootte maar het aandeel eigen uitvoerend werk van de manager bepaalt waar het misgaat.
- Trendfase
Hoe ver een ontwikkeling is volgens Leap Trends: opkomend, groeiend, gevestigd of afnemend. De fase volgt uit het aantal onafhankelijke bronnen, de lengte van de cijferreeks en of het aantal publicaties toe- of afneemt.
- Trendscore
Een getal van 0 tot 100 dat zegt hoe sterk het signaal achter een trend is. Vier onderdelen: het aantal onafhankelijke organisaties (tot 40), de kwaliteit van de bronnen (tot 25), recentheid (tot 20) en groei (tot 15). De formule staat op de methodiekpagina.
- Vertrouwen in de leiding
De mate waarin medewerkers erop rekenen dat de top eerlijk communiceert, hun belang meeweegt en doet wat ze zegt. Metingen van 2026 laten een grote kloof zien tussen hoe CEO's dat inschatten en wat medewerkers zeggen.
- Voorbeeldgedragleading by example
Wat leidinggevenden zichtbaar zelf doen, en wat daardoor normaal wordt in een team. Bij AI-adoptie, psychologische veiligheid en feedback blijkt het de sterkste voorspeller van wat medewerkers doen, sterker dan beleid of training.
- Werkdruk
De verhouding tussen wat er van iemand gevraagd wordt en wat die persoon aan tijd, middelen en steun heeft. Bij leidinggevenden is de werkdruk in 2026 zichtbaar gestegen door grotere teams en meer uitvoerend werk naast het leidinggeven.