CultuurOpkomendStabiel
Te veel vernieuwing: de leraar wil eerst rust
Ruim zes op de tien Nederlandse leraren willen een periode van rust voordat er weer vernieuwd wordt, vaker dan in de meeste andere TALIS-landen. ROA en de Inspectie leggen de oorzaak bij stapeling van regels en tijdelijke regelingen, waardoor scholen nieuwe plannen niet goed kunnen uitvoeren.
Samengesteld met AI uit de bronnen op deze pagina, met de bron bij elk cijfer. Kerncijfers met het label Nagelopen zijn door een mens naast de bron gelegd. Hoe dat werkt
In cijfers
- >60%van de leraren in po en vo wil eerst een periode van stabiliteit voordat er op school weer iets vernieuwd wordt.Kohnstamm Instituut, IVA Onderwijs, UvA, Fontys en Ipsos I&ONog niet nagelopen
- 55%van de vo-leraren heeft het gevoel constant te worden gevraagd iets te veranderen; in het po is dat 41%.Kohnstamm Instituut, IVA Onderwijs, UvA, Fontys en Ipsos I&ONog niet nagelopen
- 72beleidsmaatregelen tegen het lerarentekort sinds 1993 bracht ROA in kaart; de uitvoering noemt het versnipperd.ROA (Maastricht University) en CAOPNog niet nagelopen
- 236%groei in twintig jaar van de regels waar ook de Inspectie mee werkt, volgens PwC, aangehaald in de Staat van het Onderwijs.Inspectie van het OnderwijsNog niet nagelopen
Wat de bronnen zeggen
In TALIS 2024 legden het Kohnstamm Instituut en zijn partners leraren zes stellingen voor over vernieuwing op hun eigen school. De steekproef bestond uit 1.305 leraren op 140 basisscholen en 1.271 leraren op 84 middelbare scholen, gewogen voor non-respons; OCW stuurde het rapport op 7 oktober 2025 naar de Kamer. In het po vindt 42 procent dat er te veel vernieuwingsplannen worden gelanceerd en heeft 41 procent het gevoel constant te worden gevraagd iets te veranderen. In het vo liggen die aandelen op 54 en 55 procent, en zegt 36 procent genoeg te hebben van alle vernieuwingen, tegen 20 procent in het po. In beide sectoren wil ruim 60 procent eerst een periode van stabiliteit. Nederlandse leraren zijn daarmee vaker verandermoe dan leraren in de meeste referentielanden en dan gemiddeld internationaal.
Het gewicht ervan blijkt uit de analyses in hetzelfde rapport. In po en vo zijn administratieve druk en verandermoeheid de risicofactoren die het meest bijdragen aan werkstress. In het vo is verandermoeheid ook de belangrijkste risicofactor voor lagere werktevredenheid. De verschillen zitten vooral tussen leraren binnen een school; de school zelf verklaart een klein deel. Invloed op landelijk beleid denkt maar een derde van de leraren te hebben.
ROA en CAOP lazen op verzoek van de vaste Kamercommissie voor OCW het beleid tegen het lerarentekort sinds 1993 terug. Het rapport van januari 2026 rust op vacaturedata, een database van 72 beleidsmaatregelen sinds 1993 en 17 interviews. De onderzoekers noemen de uitvoering versnipperd door een veelheid aan tijdelijke regelingen, waarbij bij elke regeling opnieuw moet worden begonnen. Scholen hebben door de stapeling van regels vaak te weinig tijd en capaciteit om nieuwe maatregelen goed uit te voeren, en de hoge werkdruk remt de professionalisering. Ze pleiten voor koersvastheid zonder nieuwe stelselwijzigingen.
De Inspectie beschrijft in de Staat van het Onderwijs van 15 april 2026 een overheid die in funderend onderwijs en mbo formeel op afstand staat en intussen directer is gaan sturen, via wettelijke eisen, landelijke programma’s, centrale toetsing en intensiever toezicht. Ze haalt een PwC-onderzoek aan dat een groei van 236 procent in twintig jaar telt in de regels waar ook de Inspectie mee werkt. Regels die weer zijn afgeschaft, zitten volgens de Inspectie vaak zo diep in de school dat ze niet vanzelf verdwijnen. Het coalitieakkoord kondigt een vereenvoudigingswet aan om regels te schrappen.
Waarom opkomend: drie onafhankelijke instituten wijzen binnen ruim een half jaar naar hetzelfde verschijnsel, maar verandermoeheid is in TALIS 2024 voor het eerst op deze manier gemeten. Er is dus nog geen reeks die laat zien of het toeneemt. ROA en de Inspectie beschrijven de stapeling van beleid; hoeveel daarvan op het conto komt van plannen van de school zelf, is nog niet uitgezocht.
Aan de directietafel
Ruim zes op de tien leraren willen eerst rust voordat er weer iets nieuws komt, en de vraag in TALIS gaat over de plannen van de eigen school. De afweging aan de bestuurstafel is welke lopende vernieuwing kan stoppen voordat er een nieuwe begint, en wie bijhoudt hoeveel plannen een team tegelijk moet dragen.
Bronnen
- Inspectie van het OnderwijsDe Staat van het Onderwijs 2026
Deze stapeling van sturingsinstrumenten vergroot het risico dat scholen en besturen worden overvraagd, ten koste van ruimte voor leren en duurzame verbetering van het onderwijs.
- ROA (Maastricht University) en CAOP · Frank Cörvers e.a.Een kwestie van lange adem. Historische analyse van het beleid op het terrein van het lerarentekort (ROA-R-2026/2)
Scholen hebben door stapeldruk in de regelgeving vaak onvoldoende tijd en capaciteit om nieuwe maatregelen goed uit te voeren
- Kohnstamm Instituut, IVA Onderwijs, UvA, Fontys en Ipsos I&O · Marieke Buisman e.a.TALIS 2024: De werk- en leeromgeving op school in beeld. Nederlandse resultaten van de internationale TALIS-survey
Ruim 60% wil eerst een periode van rust en stabiliteit, voordat er weer nieuwe plannen en vernieuwingen komen.
We vatten samen in eigen woorden en citeren hooguit één zin per bron. Lees het origineel; daar staat meer. Hoe bronnen worden gebruikt.
Hoe deze trend zich ontwikkelt
- Opkomend
Eerste opzet op basis van TALIS 2024, het ROA-rapport voor de Tweede Kamer en de Staat van het Onderwijs 2026. Verandermoeheid is in TALIS 2024 eenmalig gemeten, er is nog geen reeks. Nog door een partner vast te stellen. (AI)